
Gepubliceerd in AD Haagsche Courant
Ali (29) zit vast in een luchtbel. De Iraakse vluchteling, die op het Malieveld kampeert, kan geen kant op. Hij kan en wil niet terug naar zijn thuisland Irak, want daar is het te gevaarlijk. Maar hij krijgt ook geen verblijfsvergunning om zich in Nederland te vestigen. In afwachting op een positiever antwoord zwerft hij op straat.
DEN HAAG – In het eerste oogopslag lijkt Ali (29) een normale jongen. Zijn zwarte haren zitten netjes met gel op zijn hoofd geplakt; hij draagt een zwart leren jasje en hij luistert door zijn koptelefoon naar muziek. Toch heeft deze Iraakse jongen van het tentenkamp ‘Recht op Bestaan’ heel wat meer zorgen, dan zijn Nederlandse leeftijdgenoten. Terwijl de meeste jonge Hagenezen zich druk maken over hun kleding en het versieren van meisjes, moet Ali, de uitgeprocedeerde asielzoeker, hard zijn best doen om te overleven.

Vijf jaar geleden vluchtte hij in een vrachtwagen uit Irak; weg van zijn familie en weg van de terroristen, die hem en zijn familie bedreigden. Hij zag zijn oudste broer, die lid was van de politieke partij Koat Bedr, in zijn handen sterven. Ook zijn twee neven kwamen om in de strijd tussen de Sjiieten en de Soennieten, die zijn dorp Tal Afar, dat in het noorden van Irak ligt, al jaren teistert. Toen ook hij bijna met kogels werd doorzeefd, vluchtte hij naar Nederland om hier een beter bestaan op te bouwen.
GRANAAT
Maar heeft hij hier wel een toekomst? Na twee jaar wachten in het asielzoekerscentrum in Alkmaar, dat hij zelf een open gevangenis noemt, kreeg hij van de rechter een negatief advies. ,,Ik moet terug naar Irak,” zegt hij, terwijl hij zijn ogen neerslaat. ,,De rechter zegt dat het in mijn dorp weer veilig is. Maar dat is niet zo. Als ik terug ga naar Irak, dan ben ik mijn leven niet zeker. Dan word ik net zoals mijn broer door de Al Qaida vermoord.” Twee dagen geleden ontplofte er op nog geen honderd meter van zijn ouderlijk huis in Tak Afar een granaat in het politiebureau: twee mensen kwamen om.
Sinds die uitspraak van de rechter zwerft Ali op straat. Hij wilde het risico niet lopen om opgepakt te worden en vluchtte weg uit het asielzoekerscentrum. ,,Ik moest Nederland binnen achtenveertig uur verlaten. Als ik dat niet deed, dan zouden ze me oppakken en in de gevangenis gooien. Maar ik ben geen crimineel. Ik heb alleen niet de juiste papieren om hier te mogen blijven.”
Zonder verblijfsvergunning mag Ali niet werken, niet studeren en geen huis huren. De voormalige sport-student wil niets liever dan zijn leven weer opbouwen en een toekomst creëren; maar zonder de juiste stempel van de Immigratie en Naturalisatie Dienst krijgt hij daar niet de kans voor. ,,Ik voel me waardeloos,” zegt hij met tranen in zijn ogen. ,,Als ik door Den Haag loop, dan schaam ik me. Ik ben net een dier; ik kan niks! Ik wil graag een baantje en mijn eigen centjes verdienen. Ook ik wil op een meisje afstappen en een gezinnetje stichten. Maar zonder de juiste papieren, krijg ik dat niet voor elkaar.”

De realiteit is overigens dat Ali niet terug kan naar Irak. Het Arabische land neemt vluchtelingen, die gedwongen worden teruggestuurd, niet aan. Ook vrijwillig terugkeren heeft weinig zin: ,,als je in een ander land asiel hebt aangevraagd, dan wordt je in Irak als een landverrader gezien,’’ vertelt een vrijwilliger van ‘Recht op Bestaan’. Ali zit vast tussen twee staten, die hem beiden niet als burger accepteren. ,, Door de nieuwe wet van minister Leers mag de politie ons niet meer in de gevangenis gooien. Maar hij kan ons ook niet terugsturen naar Irak. We worden gedwongen om op straat te leven; wachtend op een positief antwoord van de Nederlandse regering.”
NACHTMERRIES
Ondertussen wordt zijn situatie als dakloze in Nederland er niet beter op. Ali is bang voor de strenge winter die nadert; hij weet niet hoe zichzelf straks nog warm moet houden. ,,We krijgen hulp van vrijwilligers, die ons dekens en eten komen brengen. Maar echt warm wordt het niet, want de tenten moeten van de gemeente open blijven.’’ Als het echt koud wordt, dan logeert hij soms een nachtje bij vrienden. ,,Dan kan ik even douchen. Ik kan het mij niet permitteren om ziek te worden; zonder een verzekering kan ik de ziekenhuiskosten niet betalen.”
Twee jaar geleden werd Ali toch ziek. Hij had last van zijn zij, hoestte bloed op en kon bijna niet meer lopen. Doodsbang om te worden opgepakt meldde hij zich bij het asielzoekerscentrum in Ter Apel. ,,Ik moest medische hulp hebben,’’ vertelt hij. ,,Volgens de artsen kreeg ik door een psychische oorzaak, mijn eigen angsten, last van mijn maag. Nu heb ik er gelukkig niet zoveel last meer van; mijn zij doet nu alleen soms nog pijn. ”
Als illegaal heeft Ali toch geprobeerd om te werken. Hij mocht schoonmaken in een restaurant, maar dat was niet zo’n succes. ,,Ik moest hard werken voor weinig geld. Ik maakte lange dagen van veertien uur, terwijl ik voor zo’n dag slechts dertien euro betaald kreeg. Die mensen maakten misbruik van mijn situatie.”
Tijdens zijn slaap heeft hij veel last van nachtmerries. Hij ziet zijn bedreigers in Irak weer voor zich. ,,In mijn droom pakken die terroristen mij; ze rijden langs en schieten me neer. Soms zie ik ook mijn broer. Waarom ben je gedood? vraag ik hem dan. Maar voordat hij antwoord geeft, ben ik weer wakker en realiseer ik me weer, dat hij er niet meer is.’’
GEPUBLICEERD IN HET AD – HAAGSCHE COURANT