FINA maakt sport belachelijk

GEPUBLICEERD IN AD SPORTWERELD:

Er zit een luchtje aan de uitschakeling van de Nederlandse waterpolosters voor de Olympische Spelen. Vrijdag verloor de olympisch kampioen de strijd om een startbewijs voor Londen in en tegen Italië. Volgens de Nederlandse bondscoach Mauro Maugeri en zijn gouden voorganger Robin van Galen verliep dat duel niet eerlijk, om sportpolitieke redenen.

TRIËST-  De Nederlandse waterpolosters speelden op het olympisch kwalificatietoernooi tegen Europees kampioen Italië een sterke wedstrijd. Dankzij de gedisciplineerde verdediging van Oranje kreeg de Italiaanse midvoor Elisa Casanova bijna geen kans en kwam Nederland zelfs met 4-2 voor. En toch slaagde Oranje er niet in te zegevieren (6-7). ,,Je wint in Italië niet zomaar van Italië, zegt oud-bondscoach Robin van Galen veelbetekenend. ,,Dat is bekend.

Mauro Maugeri, de Italiaanse coach van Oranje, gaf de arbitrage er flink van langs. ,,Op de cruciale momenten stuurde die Griekse scheids de Italianen er niet uit. Bij overtredingen op Mieke Cabout en Iefke van Belkum hadden we zeker een man-meer moeten krijgen. De Italianen hadden elf man-meers en wij kregen er drie. Dat is niet in verhouding. De man-meer is bovendien erg belangrijk in onze sport; die bepaalt meestal 75 procent van de score.Ook zijn voorganger Robin van Galen, die olympisch kampioen werd met Oranje, heeft twijfels over het verlies. ,,Je moet natuurlijk eerst naar jezelf kijken. Om te winnen moet je gewoon zelf meer ballen erin schieten. Maar ik begrijp de frustratie van Mauro volledig. We zijn in deze sport te afhankelijk van de scheidsrechters. Er zijn te veel discutabele momenten waarop je verschillend kunt fluiten.

Waterpolocoaches betichten federatie van partijdigheid

Maugeri, zelf Italiaan, weet waar hij over praat. ,,Het olympisch kwalificatietoernooi voor de waterpolovrouwen heeft nu vier keer plaatsgevonden en vier keer was het in Italië, zegt Maugeri, die eerder zelf ook bondscoach was van Italië. ,,Dat wordt gewoon door de politiek geregeld.

,,Belachelijk, meent ook Van Galen. ,,Het is niet toevallig dat de hoogste baas van de FINA ook een Italiaan is. De FINA maakt zo niet alleen de eigen organisatie, óók onze sport belachelijk.

Gianni Lonzi, de Italiaanse voorzitter van de waterpolo-afdeling van de internationale zwemfederatie FINA, wil niets weten van bedrog. ,,We hebben soms wel problemen met bepaalde scheidsrechters. Maar het blijft moeilijk om waterpolo te beoordelen, omdat er zo veel onder water gebeurt.

Lonzi vindt dat de verliezers naar zichzelf moeten kijken. ,,Als je verliest, dan ben je nooit blij. Ik voel mee met de teams die zich niet voor Londen hebben gekwalificeerd, maar dit is topsport. Je moet op de juiste momenten presteren. Als een hardloper te traag is, verliest hij ook.

Verdriet bij de waterpolosters na hun verlies tegen Italië

De Nederlandse waterpolosters wonnen in Triëst hun poule door Brazilië, Kazachstan en Griekenland te verslaan. Vier jaar geleden leverde deze eerste plek in de poule een startbewijs op voor de Olympische Spelen. Maar nu stond Oranje na het verlies in de kwartfinale alsnog met lege handen. ,,Deze nieuwe regels zijn verschrikkelijk. Met één wedstrijd die alles bepaalt, is de geluksfactor veel te groot, zegt Maugeri.

,,Dit systeem, waarbij je na het winnen van de poule alsnog een allesbepalende kwartfinale moet spelen, is hartstikke krom, vindt ook Van Galen. ,,Een normale competitie is beter. Nu komt alles te veel neer op één wedstrijd, die gemakkelijk te beïnvloeden is. Ook op dit onderdeel geeft Lonzi namens de FINA niet toe: ,,Ik heb dat systeem niet bedacht.

Geef een reactie

Opgeslagen onder waterpolo

De strijd om de kilo’s

GEPUBLICEERD IN AD SPORTWERELD:

Topsporters balanceren soms op het randje van wat gezond is. Judoka Birgit Ente (klasse tot 48 kilo) volgt wel een erg streng dieet om haar wedstrijdgewicht te halen. ,, Ik eet soms niet meer dan een kiwi per dag,’’ bekent het 23-jarige judotalent uit Haarlem. ,,Toch denken ze dat ik geregeld in de kroeg sta en teveel vette dingen eet.’’

Birgit Ente

HAARLEM · Om mee te doen met de lichtste judoklasse moet Birgit Ente minder dan 48 kilo wegen. Het is een bijna dagelijkse worsteling voor haar om daaraan te voldoen.

Omdat ze vaak een paar kilo zwaarder is, is ze continu bezig met afvallen. ,,Ik baal daarvan. Omdat ik zo weinig eet en drink, kan ik me minder concentreren op mijn judo en vallen mijn resultaten soms tegen.’’

Ze wordt al jaren als een groot judotalent beschouwd. Bij haar WK-debuut in 2009 verraste ze met een zevende plaats, waarna ze ook een zilveren plak op de EK onder 23 won. Toch heeft ze moeite om die grote verwachtingen waar te maken. Op weg naar de Olympische Spelen van Londen is de judoka constant in gevecht met haar gewicht.

In haar tienerjaren haalde ze dat gewicht van 48 kilo met gemak. Nu ze wat ouder is, ligt dat anders. ,,Door mijn leeftijd ben ik wat zwaarder geworden. Maar ik denk ook dat mijn lichaam door al die afvalkuren nu in protest is,’’ vertelt ze bij een kopje verse muntthee in een Haarlems kroegje. Het koekje laat ze liggen.


,,Ik maakte een paar jaar geleden de fout om niet op basis van vetverbranding, maar door vochtverlies af te vallen. Als je elke dag hardloopt en minder dan een liter per dag drinkt, dan val je normaal gesproken gemakkelijk af. Bij mij willen die kilo’s er echter niet af, omdat mijn lichaam het vocht vasthoudt.’’

Cor van der Geest, technisch directeur van de judobond, ziet dat anders, vertelt de judoka van Kenamju. ,,Cor denkt dat ik elke week in de kroeg sta en teveel vette dingen eet. Dat ik geregeld een wijntje of chippie pak. Maar dat is niet zo. Hij begrijpt me niet,’’ zegt ze. ,,Ik ben echt serieus met mijn sport bezig. Ik heb niet eens de energie om uit te gaan.’’

Birgit Ente is continu met haar gewicht bezig. Ze weet precies wat ze eet. Ze begint haar dag met anderhalve eetlepel kokosvet. Koolhydraten neemt ze nauwelijks, want die maken dik. ,,Na het hardlopen eet ik wat havermoutpap en een stukje vlees. Met deze voedingssupplementen krijg ik ook mijn vitamines binnen,’’ vertelt de Haarlemse, die begeleid wordt door een personal trainer. ,, Twee dagen voor de wedstrijd eet ik echter bijna niks meer. Ik leef dan op een kiwi per dag.’’

Ze doet er alles aan om een ‘topsportbody’ te creëren. ,,Als ik 53 kilo weeg, dan voel ik mij te zwaar. Bij een gewicht van 51 kilo voel ik mij goed, maar 48 kilo is weer te dun. Dan zie ik eruit als zo’n ‘anorexiapatiëntje’.’’

Met haar dieet krijgt ze niet meer dan achthonderd calorieën per dag binnen. Ze realiseert zich dat haar levenswijze, waarbij ze ook nog  drie keer per dag traint, niet zo gezond is. ,,Een normaal mens was al lang ziek geworden, maar mijn sterke lichaam houdt dit gelukkig goed vol.’’ Toch heeft ze soms wel last van slaapproblemen.

De dag voor de wedstrijd ligt ze vaak als een dood musje op de bank, maar zodra ze op de judomat staat,  leeft Ente helemaal op. ,,Als ik vecht, dan vergeet ik mijn problemen. Mensen begrijpen niet waar ik de kracht vandaan haal. Maar judo geeft mij zoveel plezier; ik sla mij er puur op wilskracht doorheen.’’

Maar wil ze dan niet liever in een hogere gewichtsklasse uitkomen, waardoor ze van al die afvalperikelen verlost is? ,,Ik voel me thuis in de klasse tot 48 kilo. Zo vlak voor de Olympische Spelen heeft overstappen ook geen zin meer. Ik heb al teveel punten in deze klasse verzameld. Na Londen wil ik mijn lichaam tot rust laten komen. Dan ga ik kijken wat mijn standaardgewicht wordt met een normaal eetpatroon.’’

 

Ente wil via EK naar de Spelen

Birgit Ente is druk bezig om zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen. Ze won in februari een zilveren medaille bij een wereldbekerwedstrijd in Boedapest, waarmee ze vormbehoud toonde voor Londen. ,,Ik heb die wedstrijd op een punt verloren. Met een overwinning was mijn deelname aan de Spelen al zeker geweest.’’ Ente staat nu zestiende op de wereldranglijst, terwijl de eerste veertien vrouwen zich rechtstreeks plaatsen voor Londen.

Met een goede prestatie op de EK kan ze via de Europese quotalijst als nog een Olympisch startbewijs opeisen. Ze moet nog herstellen van een schouderblessure, maar opgeven doet ze niet. ,,Als ik in vorm ben, dan doe ik met de wereldtop mee. Ik geef er alles voor om mijn tegenstanders te verslaan.’’

 

Reactie Cor van der Geest:

,,Ik vraag me soms af of Birgit wel echt op topniveau wil judoën en daar alles voor over heeft. Ze is nu goed bezig, maar om echt te presteren, heeft ze eigenlijk meer tijd nodig.’’

,,Haar lichaam is na al die gewichtsschommelingen inderdaad in protest. Omdat ze net onder de wereldtop zit, heeft ze bijna elke twee weken een wedstrijd. Daardoor moet ze voortdurend afvallen en weer aankomen, en is haar dieet bijna onmogelijk om vol te houden.’’

,,Of het volgen van zo’n dieet gezond is? Als je mee wilt doen aan de klasse tot 48 kilo, dan moet je daar veel voor opofferen. Een arts zou zo’n levensstijl niet verantwoord vinden, maar ik denk dat je daar als topsporter veel voor terugkrijgt. We kunnen onze sporters wel beter begeleiden. Ons probleem is echter dat de meeste diëtisten geen bal van judo begrijpen. Bij hen komen onze sporters allemaal aan. En dat kan niet.’’

Geef een reactie

Opgeslagen onder Overig

Topsport na een dwarslaesie

Nog geen vijf jaar geleden kreeg Barbara van Bergen (33) een heftig motorongeluk. Ze werd geschept door een auto en raakte tot haar middel verlamd. Een normaal mens zou stil in een hoekje kruipen, maar dat is niks voor de positieve Rotterdamse. De voormalige atlete vond in het rolstoelbasketbal een nieuwe uitdaging en bereidt zich nu voor op haar tweede Paralympische Spelen.

PAPENDAL · Bij het rolstoelbasketbal gaat het er soms heftig aan toe. In de lijf aan lijf gevechten botsen regelmatig twee rolstoelen tegen elkaar. ,,Je moet niet zeuren als je blaren of een gekneusde vingen hebt,’’ zegt Barbara van Bergen, die nu vijf jaar in het Nederlands team speelt. ,,Veel mensen vinden het knap wat we doen, juist omdat we in een rolstoel zitten. Maar ze realiseren zich niet dat wij keiharde topsport bedrijven, waarin we alles geven om te winnen.’’

Toen Barbara van Bergen door een heftig motorongeluk een dwarslaesie opliep, kwam ze in aanraking met het rolstoelbasketbal. De fanatieke atlete, die vroeger met de top van Nederland meedeed bij het polsstokhoogspringen, is niet het type om stil te zitten. ,,Als kind was ik continu buiten. Als ik niet op de baan stond, dan was ik aan het wakeboarden of snowboarden. Ik moet bewegen; anders kunnen ze me net zo goed meteen in een kistje leggen.’’

Vlak na haar ongeluk dacht ze nog dat de breuk in haar rug wel meeviel. Door te knokken kon ze er toch weer bovenop komen? ,,Dat bleek dus niet het geval. Door gesprekken met doktoren kwam ik erachter dat ik nooit meer zou kunnen lopen.’’ Bij het horen van zulk heftig nieuws zou ieder normaal mens instorten. Maar Barbara van Bergen kreeg geen terugslag. ,,Het was voor mijn omgeving zwaarder dan voor mij. Ik ga 24 uur per dag met mijn beperkingen om, terwijl zij, als ze mij zien, er steeds mee worden geconfronteerd. Ze beginnen dan vaak over mijn handicap, terwijl ik liever gewoon lol maak in het leven.’’

Voor het wakeboarden vond ze een oplossing. Ze raast nu met een zitje op haar board over het water. En op vakantie vliegt de manager van het surf en snowboardmerk Protest met een mono-ski de helling af.  Maar in het rolstoelbasketbal vond ze haar echte nieuwe uitdaging. ,,Ik vind het fantastisch om met die meiden keihard door de zaal te racen, te kruisen en proberen te scoren. Ik kan in deze sport echt mijn ei kwijt,’’ zegt ze enthousiast. ,,Je kunt harde acties maken en je moet af en toe flink beuken. Soms rijd ik expres het wiel van een tegenstander in om een counter te voorkomen.’’

Het Nederlands rolstoelbasketbal is de laatste jaren een enorme ontwikkeling ondergaan. De amateurs van vroeger zijn veranderd in een professionele groep topsporters, die samen met hun coach Gert-Jan van der Linden alles uit hun sport proberen te halen. ,,Wij trainen nu zo’n vijf maanden fulltime op Papendal. Door al die trainingsuren zie je de groep met sprongen vooruitgaan. De tactieken raken meer ingeslepen en we worden echt een team,’’ legt Van Bergen uit. ,,Met Gert-Jan, een voormalig topspeler, hebben we ook een coach die ons spelletje goed snapt. Dat werkt beter dan met onze vorige coach, die uit het valide basketbal kwam. Bij Gert is er over de tactiek geen twijfel mogelijk.’’

De rolstoelbasketbalsters zijn al geplaatst voor de Paralympische Spelen. Gezien hun tweede plaats op de EK (achter Duitsland) en hun vijfde plek op de WK  hebben ze ook in Londen kans om een medaille te winnen. ,,Wij gaan voor goud,’’ zegt de Rotterdamse resoluut. ,,We kunnen die Duitsers en ook andere toplanden zoals Amerika en Australië verslaan. Het is een droom om op de Spelen van Londen een medaille te pakken. Maar begrijp me niet verkeerd,’’ zegt ze snel. ,,Als ik weer zou kunnen lopen, dan zou ik die medaille zo weer inleveren.’’

Gepubliceerd in AD Rotterdam

Geef een reactie

Opgeslagen onder Overig

Vliegen over het water

De weg naar de top gaat niet over rozen. Rutger van Schaardenburg (24) uit Dordrecht doet er alles aan om de top van het zeilen te bereiken. Soms is hij dichtbij, zoals laatst bij het Olympic Test Event in Weymouth, waar hij een zilveren medaille en Olympische nominatie binnen sleepte. Maar andere keren lukte het minder; op de WK in Perth eindigde hij roemloos als zesentwintigste.

Fotograaf: Mark Dadswell/ Getty Images

ROTTERDAM/ PALMA DE MALLORCA · De felle zon glinstert in het blauwe water van de Middellandse zee. Een visser tuurt naar zijn dobber, die weinig beweging vertoont. Neuh, op het eiland Palma de Mallorca maakt men zich niet zo druk. Toch is er een Nederlandse zeiler druk met de touwen van zijn boot bezig. Rutger van Schaardenburg merkt niet zoveel van de idyllische omgeving om hem heen. Hij heeft een missie: de Dordrechtse zeiler wil met zijn laser de beste van de wereld worden.

In het krachthonk gaat hij flink tekeer. Als je met je boot met hoge snelheid over het water wilt racen, dan moet je ook fysiek fit zijn, legt Van Schaardenburg uit. ,,Alleen als je topfit bent, dan houd je ook met harde wind je boot technisch goed onder controle. Mensen denken bij zeilen vaak aan een beetje dobberen over het water, maar wedstrijden met de laser zijn echt anders. Als je schuin aan je boot hangt om te voorkomen dat hij kapseist en tegelijkertijd zo hard mogelijk probeert te varen, dan is dat vrij intensief.’’

De vierentwintigjarige zeiler gaat alweer voor zijn tweede Olympische Spelen. In Peking eindigde hij teleurstellende als negentwintigste, maar voor Londen schat hij zijn kansen hoger in. ,,Ik wil in Londen een medaille pakken. Er zijn bij de laser drie favorieten, waaronder de Australische wereldkampioen Tom Slingsby. Ik weet echter dat ik die jongens, als ik goed zeil, kan verslaan.’’

Toch moet hij zich voor de Olympische Spelen van Londen eerst nog kwalificeren. Hij heeft zijn nominatie door zijn tweede plek bij het Olympic Test Event al binnen, maar voor de kwalificatie moet hij de strijd aan met zijn Nederlandse concurrent Roelof Bouwman. ,,Op basis van onze prestaties bij de WK in Duitsland en Delta Lloyd Regatta bepaalt het NOC NSF wie er naar de Spelen mag. Ik heb de laatste keren steeds van Roelof gewonnen, dus ik ga er vanuit, dat het lukt,’’ zegt hij vol vertrouwen.

Toch lukt het hem niet altijd om op de cruciale momenten het beste uit zichzelf te halen. Als het echt spannend wordt dan slaat bij hem soms de twijfel toe. ,,Als ik teveel druk voel, dan werkt dat soms afleidend,’’ vertelt hij eerlijk. ,,Als je tijdens het racen de boot onder control probeert te houden, hard over water het vliegt en dan ook nog een tactische beslissing moet nemen, dan is het niet handig als je twijfelt. Gelukkig begin ik mijzelf met de hulp van een sportpsycholoog steeds beter te begrijpen.’’

Stap voor stap komt de zeiler uit Dordrecht, die inmiddels in Scheveningen woont, steeds dichterbij de wereldtop. Hij probeert elk aspect van zijn wedstrijdzeilen te verbeteren. ,,Deze week oefenen we veel op ‘match racen’. Dan proberen we elkaar te slim af te zijn door bij de ander de wind uit de zeilen te halen of op een andere manier te treiteren. Ik ben zelf liever met mijn eigen race bezig, dus het is goed om dit soort gemene spelletjes te leren.’’

Zeilen blijft een sport waar de ervaring telt. De meeste zeilers halen pas rond hun dertigste de wereldtop, vertelt Van Schaardenburg. ,,Ik moet op tactisch en technisch vlak nog veel leren. Ik zeil al sinds mijn zevende, maar ik leer nog elke dag die wind beter lezen. Dat maakt het zeilen ook zo leuk. Het blijft een mooie uitdaging om mijzelf steeds weer te verbeteren.’’

Gepubliceerd in AD Rotterdam

Geef een reactie

Opgeslagen onder Overig

Knallen met de rolstoel

Al vijftien jaar is Cher Korver (35) één van de steunpilaren van het Nederlands rolbasketbalteam. Toen de Nijkerkse door een spierziekte op haar negentiende in een rolstoel belandde, ging ze niet bij de pakken neerzitten. Ze bleef fanatiek sporten en stortte zich op het rolstoelbasketbal. Inmiddels bereidt ze zich alweer voor op haar vierde Paralympische Spelen.

Cher Korver (bron: rolstoelbasketbal.nl)

PAPENDAL · Als de fotograaf vraagt of ze liggend of staand op de foto wil, begint Cher Korver hard te lachen. ,,Wil je soms ook dat ik languit in het gras ga liggen,’’ roept ze. ,,Ja, sorry, hoor. Je ziet toch dat ik in een rolstoel zit.’’

De aanvoerster van de Nederlandse rolstoelbasketbalsters duldt geen poespas aan haar lijf. Ze kijkt stoer in de camera met haar geliefde basketbal in de hand. En ze wil zeker niet als een zielige, gehandicapte sporter gezien worden. ,,De meeste verhalen gaan over onze handicap. Maar mensen vergeten dat wij ook serieus een sport beoefenen, die bovendien erg aantrekkelijk is om te zien. Ik wil dat ze me als sporter serieus nemen.’’

Zonder enige gene vertelt ze over haar handicap. Op jonge leeftijd kreeg ze dystrofie, een lichamelijke aandoening die de spieren en zenuwen in haar benen aantastte. Ze liep nog lange tijd op krukken, maar ze belandde uiteindelijk toch in een rolstoel. ,,Het klinkt gek. Maar ik was eigenlijk wel blij dat ik in die rolstoel mocht,’’ zegt ze zacht. ,,Ik was eindelijk van al die onderzoeken in het ziekenhuis af.’’

De sportieve dame, die als klein kind aan judo en zwemmen deed, moest bewegen. Ze werd al gauw actief in het rolstoelbasketbal, waar ze een groep meiden vond, die net zo waren als zij. ,,Dat is het mooi aan deze sport. Wij kunnen elkaar zoveel leren. Niet alleen in het basketbal, maar ook in de omgang met onze handicaps. Ik leer de nieuwe meiden nu de handige foefjes.’’

Bijna dagelijks is Korver op het sportcentrum van Papendal te vinden. Samen met haar teamgenoten traint ze zich te pletter voor haar doel: een medaille op de Paralympische Spelen in Londen. ,,Ik denk dat we een serieuze kans maken. We zijn als team enorm gegroeid. We kunnen toplanden zoals Amerika en Duitsland verslaan.’’

bron: rolstoelbasketbal.nl

Het Nederlands rolstoelbasketbal is de laatste jaren een enorme ontwikkeling ondergaan. Terwijl ze vroeger als amateurs maar wat aanklooiden (oké, dat is ietwat overdreven), staat er nieuwe een professionele groep van topsporters, die alles geven voor hun sport. ,,Het is geweldig om die metamorfose van onze team zo mee te maken. Kijk nou waar wij mee bezig zijn. Het professionalisme spat er vanaf.’’

Zelf zet ze alles opzij voor haar passie. Vanaf het moment dat ze opstaat tot ’s avonds laat als ze gaat slapen, is ze met haar sport bezig. Ze traint hard, pakt voldoende rust en volgt een sportdieet. ,,Ik wil alles eruit halen wat erin zit. Het is zo gaaf om met zo’n groep meiden te werken.’’ Na haar deelname aan de Olympische Spelen van Sydney, Athene en Peking gaat ze  nu voor haar vierde Olympische Spelen. ,,In Peking haalden we met een onervaren groep de kwartfinale. Met al die progressie van de afgelopen tijd kunnen wij zeker een medaille pakken.’’

 

Aandacht voor paralympische sporten gering

Een paralympische sport zoals rolstoelbasketbal krijgt in de media weinig aandacht. Bij de Paralympische Spelen van Peking werd er een kwartiertje per dag uitgetrokken, om al die verschillende sporten op de televisie te verslaan. ,,Zonde’’, zo meent Cher Korver: ,,als mensen onze sport in het echt meemaken, dan zijn ze laaiend enthousiast. Er zit zoveel dynamiek in deze sport. Er gebeurt telkens wat,’’ zegt ze. ,,Ook is het een vrij harde sport. Die rolstoelen botsen regelmatig tegen elkaar aan. Het is geen sport voor lieverdjes. ‘’

Toch blijft het lastig om het grote publiek naar de rolstoelbasketbalwedstrijden te trekken. ,,Het is een vicieuze cirkel. Omdat wij geen aandacht in de media krijgen, is het voor ons lastig om sponsoren te vinden. En zonder financiële steun kunnen wij niet verder professionaliseren. Daarom proberen we langzaam om dat publieke beeld van onze sport te veranderen.’’

 

Dit artikel is eerder in het Algemeen Dagblad (Amersfoort) gepubliceerd

 

Geef een reactie

Opgeslagen onder Overig

In de lucht op haar best

Snowboardster Cheryl Maas is niet zo’n wedstrijdbeest; ze gaat liever de vrije natuur in om voor haar films extreme sprongen te maken. Toch doet ze op het onderdeel slopestyle mee aan de Winter X-games, deze week in het Amerikaanse Aspen, de grootste wedstrijd onder de Xtreme Sports. ,,Je wijst een uitnodiging voor de X-games niet af; dit is groter dan de Olympische Spelen.” 

DAVOS – Het liefst rijdt Cheryl Maas (27) ergens boven in de bergen door dikke poedersneeuw. Ze klimt een berg op, bouwt er een schans en maakt voor haar films de meest bizarre sprongen. ,,Als ik tot mijn knieën in de sneeuw op een rots sta, dan voel ik mij in mijn element. Zonder de druk van een wedstrijd ben ik ook creatiever.”

Cheryl Maas in actie. Credits: O'Neill

De snowboardster uit Uden, die alweer vijf jaar in het Franse surfmekka Biarritz woont, staat al jaren aan de top van het freestyle snowboarden. Ze heeft haar eigen lijn snowboards, ze maakt films en ze pusht het snowboarden op de slopestyle naar een hoger niveau. In haar nieuwste film Open Air sprong ze de double underflip 900 (tweemaal over de kop met een halve draai erin); een truc, die nog geen andere vrouw had gedaan. ,,Ik vind het gaaf om moeilijke trucs te springen. Ik doe dat wel op de old fashion way, zonder al die serieuze trainingen op trampolines. Meestal probeer ik tijdens het springen nieuwe dingen uit. Door mijn talent en creativiteit komen er vanzelf nieuwe trucs boven drijven. Het risico is wel dat je soms hard valt,” vertelt ze in het Zwitserse Davos, waar ze aan een grote wedstrijd, de O Neill Evolution, meedoet.

Ze was de eerste vrouw ooit, die de prestigieuze internationale wedstrijdenreeks Ticket To Ride won (2005) en ze is al driemaal uitgeroepen tot Europees snowboardster van het jaar (2006, 2007 en 2011). Toch heeft ze een haat-liefde-verhouding met wedstrijden. Na haar elfde plek op de halfpipe tijdens de Olympische Spelen in Turijn (2006), werd ze door de Nederlandse pers behoorlijk afgebrand. De jaren daarna deed ze nauwelijks meer aan wedstrijden mee. ,,Halfpipe rijden is niet echt mijn ding. Ik vind dat minder leuk dan slopestyle en ik ben er ook minder goed in. Ik had geen zin meer om voor die wedstrijden veel in de pipe te moeten trainen. Dat gaat ten koste van wat ik echt leuk vind: dikke jumps maken over een schans of rails, slopestyle dus.”

Ze baalde ook van het beeld dat sommige kranten van haar en andere snowboarders creëerden. ,,Ze verdraaiden mijn verhaal. Ze denken dat wij feesten, wiet roken en af en toe over een heuveltje springen. Maar snowboarden gaat over meer dan een rockstar lifestyle, baggy kleren en neuspiercings. Goed, ik heb een neuspiercing, maar dat betekent toch niet dat ik niet serieus met mijn sport bezig ben? Ze zouden wat meer interesse in het snowboarden zelf moeten tonen, dan begrijpen ze de sport beter.”

op de rails.. Credits: O'Neill

Cheryl Maas is weer regelmatig te vinden in het wereldbekercircuit. Nu slopestyle een Olympische sport is, wil ze nog één keer meedoen aan de Olympische Spelen. ,,Op de slopestyle kan ik laten zien wat ik in huis heb. Ik rijd niet zo gauw op safe; ik probeer meestal mijn moeilijkste trucs te laten zien. Bij wedstrijden is dat niet altijd slim. Dan crash ik, terwijl ik met een gemakkelijke sprong zo was doorgegaan naar de volgende ronde.Voor de gemakkelijke weg kiezen zit echter niet in mijn aard.”

Op haar elfde X-games in Aspen gaat de Nederlandse snowboardster de strijd aan met de wereldtop. Vorig jaar werd ze nog zesde, maar nu wil ze stiekem wel een medaille winnen. ,,Ik win liever goud op de X-games, dan dat ik eerste word op de Olympische Spelen. Dit is het grootste evenement voor Xtreme Sports. Toch probeer ik mijn verwachtingen wat te temperen. Ik wil mezelf niet teleurstellen door het in de finale weer te verknallen.”

Ondanks haar enorme staat van dienst in het snowboarden, heeft Maas bij wedstrijden behoorlijk last van zenuwen. ,,Ik ben voor een wedstrijd altijd nerveus. Ik slaap al dagen van tevoren slecht. Ik maak mezelf een beetje gek in mijn hoofd. Ik heb het al zo vaak in de finale verknald,” zegt ze sip. ,,Maar die zenuwen slaan nergens op. Ik heb al lang bewezen dat ik een goede snowboardster ben en mijn sponsoren geven niet zoveel om mijn wedstrijdprestaties. Die wedstrijdkriebels krijg ik echter er niet uit.”

De geboorte van haar dochtertje Lara (negen maanden) geeft haar meer rust. Als ze niet op haar snowboard staat, dan is zij bij haar vrouw (de Noorse topsnowboardster Stine Brun Kjeldaas) en dochter in Biarritz. ,,Door Lara maak ik mij minder druk over mijzelf en denk ik vooral nog aan haar. Het schiet soms wel door mijn hoofd, dat ik me niet moet bezeren. Een paar jaar geleden ben ik bij de X-games goed gevallen. Ik kwam op mijn nek terecht en brak de banden van mijn schouder en mijn duim. Het heeft wel even geduurd voordat ik weer zonder angst kon springen. Nu blokkeer ik dit soort gedachtes gelijk. Daar wil je als topsnowboardster niet mee bezig zijn.”

Gepubliceerd in SP!TS

Geef een reactie

Opgeslagen onder Snowboarden

Kind van het waterpolo

Goran Ivanovski (49) woont al tweeëntwintig jaar in Nederland. Hij heeft een Hollandse vrouw en zijn kinderen zijn opgegroeid in Rotterdam. Toch houdt de coach van SVH een sterke binding met zijn geboorteland: voormalig Joegoslavië. Op het EK waterpolo in Eindhoven begeleidt hij topfavoriet Servië en geeft hij commentaar voor de televisie van Macedonië.

EINDHOVEN · In de wedstrijd tussen Servië en Kroatië op het EK was de spanning om te snijden. De waterpolopot tussen de twee buurlanden uit voormalig Joegoslavië was bikkelhard. Er werden maar liefst vijf spelers door de scheidsrechters uitgestuurd. Het Nederlandse publiek keek verbijsterd naar de rake klappen, die over en weer gingen.

Toch bleef er één man rustig op zijn stoel zitten: Goran Ivanovski, voormalig bondscoach van Macedonië, verroerde geen spier. ,,Voor die jongens is dit een hele normale wedstrijd. Natuurlijk is er wat spanning door die burgeroorlog, maar deze waterpolopot was niet harder dan normaal. Als Servië tegen Kroatië speelt, dan willen ze winnen en halen ze alles uit de kast om dat voor elkaar te krijgen,’’ zegt de coach van SVH, die een Servische moeder en een Macedonische vader heeft. ,,Maar de haat tussen de supporters van beide landen is niet groter dan tussen de fans van Ajax en Feyenoord.’’

Ook Vanja Udovicic, de sterspeler van Servië, die al anderhalf jaar bij Mladost Zagreb in Kroatië speelt, meent dat de Hollandse toeschouwers overdrijven. ,,Zo gaat waterpolo erbij ons aan toe. Wij leren al jong tactiek, techniek en ook de fysieke aspecten van de sport. Net zoals die mensen in Afrika leren wij om hard te spelen. Dan is een beetje emotie en spektakel zoals tegen Kroatië vooral mooi voor het publiek.’’

Ivanovski groeide in voormalig Joegoslavië op met de top van het waterpolo. In het communistische land werd de sport door de overheid ‘vrij’ aangeboden aan de inwoners. ,,Ik kon vroeger zonder enige cent te betalen mijn sport beoefenen. De staat zorgde voor een goede trainer en een goed programma. Door die lange waterpolotraditie behoren de Serviërs en de Kroaten nog steeds tot de top van de wereld.’’

Als speler was hij niet het grootste talent dat er rondliep. Na een paar jaar ballen in de eerste klasse van Macedonië hing hij al snel zijn cap aan de wilgen en pakte het trainerschap op. ,,Na de sportacademie heb ik een stage gevolgd bij Partizan Belgrado, één van de beste clubs van Europa. Bij die club staan bij de jeugd al zulke goede trainers aan de kant. Zo leren de Serviërs op jonge leeftijd goed waterpoloën. Die opleidingsstructuur missen we in Nederland.’’

Toch bleef Ivanovski niet in Servië, waar het gemiddelde salaris zo rond de driehonderd euro per maand ligt, hangen. Hij zocht zijn heil in het buitenland en belandde na omzwervingen in Denemarken en Engeland bij de Haarlemse club Rapido. ,,In het begin moest ik best wennen. Ik sprak de Nederlandse taal niet en ik begreep sommige gewoontes niet. Gelukkig heeft mijn Nederlandse vrouw mij goed geholpen.’’

Inmiddels woont hij alweer tweeëntwintig jaar in Nederland en heeft hij verschillende clubs zoals Polar Bears (tweemaal landskampioen) en nu ook de Rotterdamse club SVH gecoacht. Maar het waterpolo uit zijn geboorteland blijft trekken. Hij was zelfs een jaar bondscoach van Macedonië, maar dat hield hij, nog wonend in Nederland niet vol. Nu verkoopt hij met zijn internetzaakje waterpolospullen aan een twintigtal Servische clubs. Ook op het EK is hij als begeleider van Servië nauw betrokken. ,,Het Joegoslavische waterpolo blijft voor mij de mooiste sport ter wereld. In Nederland klooien we eigenlijk maar wat aan. We moeten ook de beste trainers bij de jeugd gaan neerzetten. Alleen dan kunnen we die grote achterstand op de toplanden overbruggen.’’

Gepubliceerd in AD Rotterdam

Geef een reactie

Opgeslagen onder waterpolo